Gemengd pensioen: de wet treedt in werking op 1 mei … met terugwerkende kracht tot 30 november 2017!

Op 29 maart heeft de Kamer van Volksvertegenwoordigers in plenaire vergadering het wetsontwerp goedgekeurd tot invoering van het gemengde pensioen voor het personeel van de lokale besturen. Het omvat 2 belangrijke maatregelen: 1. Er wordt niet langer rekening gehouden met de prestaties als contractant in de berekening van het pensioen als statutair. 2. De stelselmatige invoering van een aanvullende pensioenregeling voor contractanten wordt aangemoedigd.

Het wet tot instelling van een gemengd pensioenstelsel heeft een bewogen parcours doorlopen.

Het ontwerp werd op 19 oktober 2017 ingediend in de Kamer en maakte het voorwerp uit van talrijke amendementen en vooral van een motie van belangenvermenging die op 24 november door het Parlement van de Franse Gemeenschapscommissie werd aangenomen.

Na een vruchteloze overlegperiode van vier maanden, waarin de tekst werd bevroren, heeft de regering het parlementaire proces zeer snel afgewikkeld, zodat het op 28 maart jl. werd goedgekeurd in de commissie Sociale Zaken en de dag erna in plenaire zitting.

Inhoudelijk gaat het om 2 belangrijke maatregelen:

De eerste maatregel maakt een einde aan de bestaande regeling, die erin voorziet dat voor de berekening van het pensioen waarop een statutair recht heeft, rekening wordt gehouden met de jaren die hij als contractant bij een overheidsinstantie heeft gewerkt.

Bijgevolg ontvangt iemand die na 30 november 2017 benoemd werd en een gemengde loopbaan heeft, d.w.z. dat hij tijdens zijn loopbaan in dienst van de betrokken overheid diensten heeft verricht als contractant en als statutair, een gemengd pensioen, dus de optelling van twee pensioenen : een pensioen berekend op basis van het pensioenstelsel van werknemers voor de als contractant gewerkte jaren, en een pensioen berekend op basis van het pensioenstelsel van ambtenaren voor de jaren als statutair.

Deze bepaling treedt in werking op 1 mei 2018, met terugwerkende kracht tot 1 december 2017. Elke ambtenaar die na deze laatste datum wordt benoemd, zal dus onder de nieuwe regeling vallen.

De tweede maatregel is bedoeld ter compensatie van het tekort aan pensioeninkomsten dat het gevolg is van de eerste maatregel nadat bij de berekening van het pensioen van een statutair van de lokale overheden rekening is gehouden met de jaren die hij als contractant heeft gewerkt.

Deze maatregel bestaat dus in een financiële aanmoediging voor de lokale overheden om hun contractanten systematisch een aanvullend pensioen toe te kennen.

Deze aanmoediging behelst een financiële stimulans voor de invoering van het aanvullend pensioen. 50 % van de kosten van de pensioentoezegging voor de werkgever zal immers in mindering worden gebracht op de responsabiliseringsfactuur die hij moet betalen. Deze aftrek wordt echter logischerwijze enkel toegekend aan werkgevers die een responsabiliseringsbijdrage moeten betalen. Bovendien verlaagt het wetsontwerp de vermindering van de responsabiliseringsbijdragen van werkgevers die een aanvullende pensioentoezegging doen ten aanzien van andere werkgevers die geresponsabiliseerd zijn maar een dergelijke toezegging niet hebben gedaan.

De aftrek zal voor het eerst toegepast worden op de responsabiliseringsfactuur 2019.

Het wet bevat ook andere maatregelen:
• de afschaffing van de loopbaanvoorwaarde voor toegang tot vervroegd pensioen en de regularisatiebijdrage;
• de maandelijkse regeling en de anticipatie van de betaling van de responsabiliseringsbijdragen;
• de herfinanciering van het Gesolidariseerd Pensioenfonds van de lokale en provinciale overheden.

Ten slotte bevat het wet een reeks technische maatregelen en opheffings-, overgangs- of uitzonderingsbepalingen om de wetgeving op het gebied van pensioen en aanvullend pensioen aan te passen en in overeenstemming te brengen met het nieuwe stelsel.

In dat verband is het belangrijk te vermelden dat lokale overheden die reeds een aanvullend pensioenstelsel hebben voor hun contractanten, verplicht zijn dat vóór 31 december 2018 aan te geven bij de gegevensbank betreffende de aanvullende pensioenen. Als dat niet gebeurt, vallen deze stelsels onder de bepalingen van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening.

Verwacht wordt dat de meeste bepalingen op 1 mei 2018 in werking zullen treden.

Voor een eerste kritische analyse van de tekst die toen nog in ontwerp was, zie het editoriaal artikel en het interview van Brulocalis-voorzitter Marc Cools, in Nieuwsbrief 105 (p. 3 en 16-19).

Actie van Brulocalis

Op 23 juli 2018 schreef Brulocalis nogmaals naar de colleges van burgemeester en schepenen
  • om te wijzen op de deadlines voor de aangfite van de stelsels betreffende het aanvullend pensioen
  • om informatie te verschaffen over de modaliteiten die nageleefd moeten worden in verband met de aftrek van 50 % van de kosten die samenhangen met de invoering van het aanvullend pensioenstelsel 

Wettelijke basis

  • 30.03.2018 Wet betr. het niet in aanmerking nemen van diensten gepresteerd als niet-vastbenoemd personeelslid voor een pensioen van de overheidssector, wijz. de individuele responsabilisering van de provinciale en lokale overheden binnen het Gesolidariseerde pensioenfonds, tot aanpassing van de reglementering inzake aanvullende pensioenen, wijz. de modaliteiten van de financiering van het Gesolidariseerde pensioenfonds van de provinciale en plaatselijke besturen en tot bijkomende financiering van het Gesolidariseerde pensioenfonds van de provinciale en plaatselijke besturen-B.S. 17.4.2018 - inforum 316336


Zie ook

« Terug

Auteur

Hadrien DASNOY
Publicatiedatum
16-04-2018
Algemene voorwaarden | RSS | Nuttige links